Redenen waarom onze dieren steeds vaker (heel) oud worden zijn bijvoorbeeld:
Door hier te klikken komt u bij een check-list, die u kan helpen bij het opsporen van eventuele problemen van uw huisdier.
Wanneer is een dier senior?
De leeftijd waarop we een
dier als senior beschouwen hangt heel erg af van het soort dier en het
ras.
Een kat wordt gemiddeld
12-14 jaar, maar regelmatig zien we uitschieters van rond de 20 jaar!!!
Vanaf 8-10 jaar gaan we
katten als 'dier op leeftijd beschouwen.
'Bij honden is het heel
erg afhankelijk van het ras.
Heel grof gezien kunnen
we zeggen dat de kleinere rassen (met name de terriërvarianten) vaak
veel ouder worden dan de reuze rassen (bijvoorbeeld Deense Dog, Berner
Senner, Bordeaux Doggen enz.).
Voor de meeste honden houden
we de leeftijdsgrens van 7-8 jaar aan voor senioren, maar voor de reuze
rassen is 6 jaar waarschijnlijk beter.
U kan natuurlijk altijd
aan onze dierenartsen of assistentes vragen welke leeftijdsgrens voor uw
hond aangehouden kan worden.
Wist u trouwens dat konijnen
wel 12 jaar oud kunnen worden en goudvissen bij goede verzorging 25 jaar!!
Waar kan ik als eigenaar op letten bij mijn ouder wordende dier?
Heel vaak heeft u als eigenaar
van een ouder wordend dier niet eens in de gaten dat uw dier klachten vertoont.
De meeste klachten ontstaan
sluipend, waardoor ze zeker in het begin niet of nauwelijks opvallen.
Een regelmatige check-up
door een dierenarts kan helpen bij het zo vroeg mogelijk opsporen van kwalen.
Ook de checklist
kan u helpen met het vroeg oppikken van de problemen van uw oudere dier.
Heel veel van deze problemen
zijn vaak, zeker in een vroeg stadium, nog goed te behandelen.
Het streven is niet alleen
dat u nog zo lang mogelijk van uw dier kan genieten, maar ook dat de kwaliteit
van leven van uw dier zo hoog mogelijk blijft!!!
Wat zijn veel voorkomende ouderdomskwalen?
1 Gewicht!!! (te dik/te dun)
Een goed gewicht is altijd
heel belangrijk voor elk dier!
Ten eerste moet een dier
niet te dik zijn. De gewrichten krijgen dan veel eerder klachten en ook
verschillende organen kunnen slecht tegen al dat vet. Het is heel belangrijk
om een dier netjes op gewicht te houden. Weeg uw dier daarom regelmatig!
Gewichtsverlies (zonder
dat er ‘gelijnd' wordt) is ook iets om erg alert op te zijn.
Een dier valt niet af vanwege
ouderdom; een dier valt af omdat er iets aan de hand is! Wanneer uw dier
afvalt zonder dat duidelijk is waarom, laat dan zeker een dierenarts uw
dier onderzoeken. Ook hier geldt: hoe eerder de oorzaak opgespoord wordt,
hoe groter de kans is dat er wat aan gedaan kan worden.
Vaak gaat zowel gewichtsverlies
als gewichtstoename sluipend, weeg uw dier daarom regelmatig!!
2 Gebit
Veel dieren krijgen op latere
leeftijd problemen van het gebit. Ze kunnen moeilijk gaan eten, klapperen
met de bek of gaan erg stinken uit de bek. Heel vaak echter, merkt u niets
van de gebitsproblemen van uw dier. Pas wanneer er wat aan gedaan is, kan
het u opvallen dat het dier zich beter voelt of toch makkelijker gaat eten.
De meeste problemen ontstaan door de ontwikkeling van tandsteen. Hierdoor
ontstaat tandvleesontsteking en dit kan zo erg worden dat tanden verwijderd
moeten worden.
Een regelmatige gebitscontrole
is van groot belang voor het ouder wordende dier. Problemen kunnen dan
in een vroeg stadium worden opgevangen, zodat eventuele gebitsbehandelingen
minder ingrijpend zijn.
Speciale brokken, kauwstaven
en met name tandenpoetsen zijn ook zeer behulpzaam bij de gebitsverzorging.
3 Pijn
Het kan heel moeilijk zijn
om zeker te zijn of een dier wèl of géén pijn heeft.
Slechts weinig dieren geven pijn duidelijk aan. Een van de redenen daarvoor
is dat het in de natuur helemaal niet verstandig is om pijn aan te geven.
Het toont zwakte aan en belagers maken daar graag misbruik van!
Toch zijn er verschillende
dingen die kunnen verraden dat een dier mogelijk pijn heeft. Denk bijvoorbeeld
aan kreupel of stijf lopen, moeilijk overeind komen, niet meer in de auto
springen, meer slapen, verstoppen of minder/moeilijk eten.
Bespreek het met een dierenarts
of assistente als u vermoedt dat uw dier pijn heeft. Heel vaak kunnen we
de pijn verlichten.
Denk eraan: geef NOOIT zomaar
pijnstillers aan uw dier en zeker geen pijnstillers die voor de mens zijn
bedoeld. Uw dier kan ernstig vergiftigd raken en in sommige gevallen zelfs
sterven!
4 Gedragsverandering
Een van de meest voorkomende
oorzaken van gedragsveranderingen bij de oudere hond is hersenveroudering.
De beschadiging van de hersencellen is een natuurlijk proces, dat ontstaat
door vrije radicalen in het lichaam. Ondanks dat het een natuurlijk verouderingsproces
is, kunnen de gevolgen groot zijn voor uw hond.
Bekende gedragsveranderingen
zijn:
5 Gewrichtsaandoeningen
Heel vaak krijgen (met name
grote) honden last van hun gewrichten. Meestal is er dan sprake van artrose
als gevolg van gewrichtsslijtage. De belangrijkste aanwijzingen daarvoor
zijn bijvoorbeeld: stijf uit de mand komen, de auto niet zelf meer in springen
en de wandeling niet meer volhouden. Een van de belangrijkste middelen
om de klachten zolang mogelijk binnen de perken te houden is het dier mooi
slank houden. Heel vaak verdwijnen de klachten wanneer de hond/kat zijn
overtollig lichaamsgewicht kwijt raakt!! De dieren krijgen weer zin in
wandelingen en spelletjes. Wanneer het gewicht goed is en de klachten nog
aanwezig zijn, dan kan aangepaste beweging geadviseerd worden of gestart
worden met medicijnen (zie ook veel voorkomende vragen: poten en tenen).
Wanneer een dier klachten heeft van de gewrichten, is het altijd verstandig
deze te laten onderzoeken door een dierenarts. Deze kan de oorzaak en de
ernst van de klachten beoordelen, eventueel extra onderzoek adviseren en
een therapie en/of dieet- of trainingsadvies geven.
6 Spijsverteringsproblemen
Wanneer een ouder dier gaat
braken,
is het belangrijk dat u er een dierenarts naar laat kijken. Er zijn heel
veel redenen om te braken en de dierenarts kan met een lichamelijk onderzoek
een heleboel oorzaken opsporen, dan wel de ernst beoordelen en afwegen
of verder onderzoek noodzakelijk is. Wanneer daar aanleiding voor is, kan
de dierenarts beslissen voor bijvoorbeeld bloedonderzoek, rontgenfoto’s
en/of een echo. De behandeling is afhankelijk van de ernst en de oorzaak
van het probleem. Wanneer een hond/kat langer dan een paar dagen diarree
heeft of hij/zij heeft naast de diarree ook andere klachten (niet eten,
sloom, braken enz.), dan is het belangrijk om een dierenarts het dier te
laten controleren. Ook hier zal de dierenarts de ernst en de oorzaak proberen
vast te stellen om een zo goed mogelijke behandeling in te stellen.
7 Incontinentie
Met name teven kunnen op
latere leeftijd in meer of mindere mate incontinentie vertonen. Belangrijk
is het om een (bijkomende) blaasontsteking uit te sluiten dan wel op te
sporen. Er zal daarom altijd ook een urine-onderzoek gedaan worden. Wanneer
er bij lichamelijk- en urineonderzoek geen afwijkingen gevonden worden,
zal een therapie ingesteld worden die de incontinentie wegneemt of sterk
vermindert. Veel teven reageren erg goed op deze therapie, al blijven ze
de medicijnen wel vaak levenslang nodig hebben. Wanneer de medicijnen onvoldoende
effect hebben, dan kan een teef in aanmerking komen voor een operatieve
ingreep.
Reuen met incontinentieproblemen
hebben vaak prostaatproblemen; ook hier zal een blaasontsteking uitgesloten
moeten worden met behulp van urineonderzoek. Laat ook de incontinente reu
onderzoeken door een dierenarts!
8 Diabetes mellitis (suikerziekte)
Wanneer uw hond/kat opvallend
veel gaat drinken en urineren dan kan diabetes mellitis (suikerziekte)
daar de oorzaak van zijn. De eerste stap naar een diagnose is een urine-onderzoek.
In de urine zal bij suikerziekte suiker gevonden worden. Vervolgens wordt
een bloedonderzoek gedaan, ook om een eventuele onderliggende oorzaak op
te sporen. Suikerziekte is ook bij hond en kat vaak te behandelen met insuline.
9 Hartaandoeningen
Zowel bij honden als bij
katten worden op latere leeftijd regelmatig hartafwijkingen geconstateerd.
Dit kan zich uiten in een slecht uithoudingsvermogen, hoesten, flauwvallen
enz. Met name katten lijden echter 'stiekem' aan hartkwalen en zal u daar
thuis pas in een heel laat stadium wat van merken. Het is daarom belangrijk
om uw kat (en hond) minimaal 1x per jaar te laten controleren op onder
andere het hart. De dierenarts zal de pols beoordelen en ook naar de harttonen
luisteren. Wanneer het nodig is kan een echo of een ecg (hartfilmpje) geadviseerd
worden. Omdat bij katten vaak sprake is van een onderliggend nier- en/of
schildklierprobleem zal ook vaak bloedonderzoek gedaan worden. Tevens kan
de bloeddruk van de kat belangrijk zijn om in de gaten te houden! Heel
vaak is een dier met een (beginnende) hartkwaal nog heel lang heel goed
te helpen met behulp van medicijnen!
10 Nierfalen (chronisch)
Met name katten kunnen op hun oude dag chronische problemen krijgen met hun nieren. De nieren zijn dan o.a. niet meer in staat om het lichaam goed te ontgiften. De verhoogde gifstoffen in het bloed geven weer problemen elders in het lichaam. De reden waarom de kat zo vaak nierproblemen krijgt op hoge leeftijd is niet bekend. Vele wetenschappers buigen zich er over!
Nierproblemen ontstaan meestal
sluipend. De dieren drinken vaak wat meer, vallen (langzaam) af en gaan
er steeds slechter ('ouder') uitzien. Uiteindelijk worden ze heel sloom,
broodmager, uitgedroogd, kunnen ze gaan braken, stinken uit de bek enz.
In de urine zijn regelmatig een of meer aanwijzingen voor nierfalen te
vinden, maar de beste manier om een diagnose te stellen is door middel
van bloedonderzoek.
Hoe eerder in het proces
van nierfalen een diagnose gesteld wordt, hoe beter het is!
Houdt drinkgedrag en gewicht
goed in de gaten!
De therapie bestaat uit
het ondersteunen van het deel van de nieren dat nog goed functioneert en
de gifstoffenproductie van het lichaam minimaliseren.
Er wordt een speciaal dieet
geadviseerd en evt. aanvullende medicijnen.
Bij nierproblemen komt ook
vaak een hoge bloeddruk voor. Het is belangrijk ook deze te bestrijden
met behulp van medicijnen en regelmatig te laten controleren.
11 Tumoren
Tumoren komen in verhouding
veel meer voor bij oudere dieren dan bij jonge dieren. Afhankelijk van
de locatie kunnen de klachten heel erg verschillen, denk maar aan bijvoorbeeld
huid-, melkklier-, long-, lever-, hersen- en darmtumoren. Allemaal kunnen
ze andere klachten veroorzaken. Sommige zijn aan de buitenkant van een
dier goed te zien of te voelen en andere geven eerst alleen vage klachten,
zoals gewichtsverlies, braken of diarree.
Het is belangrijk heel alert
te zijn op het ontstaan van tumoren. Hoe sneller een kwaadaardige bult
gevonden wordt, hoe groter de kans dat een dier weer helemaal kan genezen!!
12 Geslachtsorgaan-problemen (baarmoeder/prostaat/testikeltumoren)
Regelmatig zien we bij het
ouder wordende dier problemen van de geslachtsorganen.
Teven en poezen die niet
gecastreerd (gesteriliseerd) zijn ontwikkelen op latere leeftijd heel vaak
een baarmoederontsteking. Hier kunnen ze erg ziek van worden. Een operatie
waarbij de gehele baarmoeder en de eierstokken verwijderd worden, is de
enige goede oplossing.
Een ander veel voorkomend
probleem bij het ouder wordende (voornamelijk vrouwelijke) dier is het
ontstaan van melkkliertumoren. Net als bij de mens is het belangrijk dat
deze, vaak kwaadaardige, bulten snel en rigoreus verwijderd worden!!
Een baarmoederontsteking
is te voorkomen door de poes of teef te castreren (steriliseren). Hierbij
worden (meestal) alleen de eierstokken verwijderd. Het vroeg verwijderen
van de eierstokken bij de hond op jonge leeftijd heeft als bijkomend voordeel
dat de kans op melkkliertumoren bijna tot nul gereduceerd wordt. (zie ook
veel voorkomende vragen: voortplanting hond)
Reuen die niet gecastreerd
zijn kunnen problemen krijgen als gevolg van een vergrote prostaat.
Honden kunnen moeite krijgen
met de stoelgang (erg persen en soms afgeplatte ontlasting) of met plassen
en/of kunnen ze druppelsgewijs urine verliezen, vaak met bloed erbij. De
remedie bestaat uit een (chemische) castratie.
Andere problemen van de
prostaat zijn ontstekingen en een heel enkele keer een tumor.
Sommige honden ontwikkelen
een tumor in een testikel. Vaak is dan de aangetaste testikel groter dan
de gezonde. Soms produceert zo’n testikel tumor vrouwelijke hormonen, waardoor
de hond bijvoorbeeld grotere melkklieren krijgt of aantrekkelijk wordt
voor reuen. De remedie voor een testikeltumor is het verwijderen van de
aangetaste testikel. Meestal wordt de andere testikel tegelijk ook verwijderd.
13 Slecht zien/horen
Ook bij de ouder wordende
hond/kat wordt het gehoor en het zicht vaak minder met de jaren.
De meest voorkomende oorzaak
van slecht zien, is de ontwikkeling van 'staar'. Hierbij vertonen de pupillen
een grijs/blauwe gloed. De meeste honden redden zich er opvallend goed
mee, zeker als het zich langzaam ontwikkelt. In de meeste gevallen wordt
er niets aan gedaan. Alleen in uitzonderlijke situaties is een staaroperatie
een mogelijkheid.
Wanneer u twijfelt of het
wel staar is, dat u in de ogen als verandering ziet, ga dan zeker langs
bij een dierenarts!! Ogen zijn kostbaar en we kijken er liever een keer
te veel naar dan één keer te weinig!!
14 Doofheid
Doofheid komt ook voor als
'ouderdomskwaal'. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Vaak zit het probleem
in het binnenoor en daar is weinig/niets aan te doen en moet uw dier en
uzelf daar mee leren omgaan!
Regelmatig echter komt het
slecht horen door bijvoorbeeld een prop oorsmeer in de gehoorgang of een
ontsteking. Dat is goed oplosbaar!! Laat de oren dus zeker bekijken door
een dierenarts!
15 Kan ik mijn dier beter op een seniorenvoeding zetten en zo ja wanneer?
Gemiddeld genomen bereiken
honden met een leeftijd van 7 jaar de 'senioren'-levensfase. De voedingsbehoeften
gaan verschillen ten opzichte van jongere volwassen honden. Om deze reden
is het verstandig om vanaf een leeftijd van 7 jaar de voeding aan te passen.
Verschillende voederfabrikanten hebben uitstekende seniorenvoedingen gemaakt,
die geheel zijn aangepast aan de veranderde voedingseisen van uw ouder
wordende hond of kat.
De punten waarop de seniorenvoeders
verschillen van 'normale' voeders zijn bijvoorbeeld:
16 Zijn entingen nog wel nodig bij een ouder dier?
Ja zeker, bij oudere dieren
zijn de jaarlijkse entingen ook belangrijk om bij te houden!
Ook bij oudere dieren neemt
de weerstand na 1 jaar (sommige ziekten pas 2 jaar na de enting) weer zodanig
af, dat een vaccinatie nodig is. Oudere dieren zijn daarbij nog gevoeliger
voor ziekten, zodat bepaalde virussen ergere ziekteverschijnselen kunnen
veroorzaken dan bij een jonger dier. Dit is bij de mens ook zo: een griep
kan bij een jonger persoon bijvoorbeeld een paar dagen verkoudheid geven,
terwijl een bejaarde van datzelfde virus kans loopt doodziek te worden…Dus
ook bij uw oudere dier blijven de entingen belangrijk in de strijd tegen
bepaalde gevaarlijke ziektes. Wanneer u met uw dier bij ons voor de enting
komt wordt hij/zij ook altijd lichamelijk onderzocht. Op deze manier komen
we ook veel (ouderdoms)kwalen op het spoor!
Door hier te klikken komt u bij onze check-list, die u kan helpen bij het opsporen van eventuele problemen van uw huisdier.
Heeft u suggesties en/of opmerkingen?
Laat het ons weten, want ook uw ervaring kan goed bijdragen aan de waarde van dit deel van onze website!