"Goud voor Oud": ons Seniorenplan

In de afgelopen decennia is er een hoop gebeurd waardoor onze huisdieren steeds vaker hogere leeftijden bereiken. Men kan zelfs spreken van een vergrijzing onder onze honden en katten!!!

Redenen waarom onze dieren steeds vaker (heel) oud worden zijn bijvoorbeeld:

  1. de sterk verbeterde dierenvoeding, steeds meer aangepast op de individuele eisen van uw dier;
  2. de diergeneeskunde die grote sprongen vooruit heeft gemaakt;
  3. de steeds grotere betrokkenheid van de eigenaren bij hun huisdier, waardoor ziektebeelden sneller en beter opgemerkt worden en de toenemende wil om een oplossing voor die klachten te vinden.
De grote groep ouderwordende dieren vraagt en verdient net als bij de mens wat extra aandacht vanwege de typische klachten die met de leeftijd kunnen ontstaan.
Daarom heeft Dierenkliniek Tuindorp-Oost een seniorenplan opgesteld dat u en ons kan helpen de klachten van uw dier snel op te sporen en hopelijk snel te doen verdwijnen of te verminderen. Dit alles natuurlijk zodat u nog langer van uw huisdier kan genieten, maar vooral ook om uw dier een zo prettig mogelijke oude dag te geven! Kwaliteit van leven is het belangrijkste!.
Hieronder vindt u enkele veelvoorkomende vragen met hun antwoorden over ouder wordende dieren.

Door hier te klikken komt u bij een check-list, die u kan helpen bij het opsporen van eventuele problemen van uw huisdier.

Wanneer is een dier senior?

De leeftijd waarop we een dier als senior beschouwen hangt heel erg af van het soort dier en het ras.
Een kat wordt gemiddeld 12-14 jaar, maar regelmatig zien we uitschieters van rond de 20 jaar!!!
Vanaf 8-10 jaar gaan we katten als 'dier op leeftijd beschouwen.
'Bij honden is het heel erg afhankelijk van het ras.
Heel grof gezien kunnen we zeggen dat de kleinere rassen (met name de terriërvarianten) vaak veel ouder worden dan de reuze rassen (bijvoorbeeld Deense Dog, Berner Senner, Bordeaux Doggen enz.).
Voor de meeste honden houden we de leeftijdsgrens van 7-8 jaar aan voor senioren, maar voor de reuze rassen is 6 jaar waarschijnlijk beter.
U kan natuurlijk altijd aan onze dierenartsen of assistentes vragen welke leeftijdsgrens voor uw hond aangehouden kan worden.
Wist u trouwens dat konijnen wel 12 jaar oud kunnen worden en goudvissen bij goede verzorging 25 jaar!!
 

Waar kan ik als eigenaar op letten bij mijn ouder wordende dier?

Heel vaak heeft u als eigenaar van een ouder wordend dier niet eens in de gaten dat uw dier klachten vertoont.
De meeste klachten ontstaan sluipend, waardoor ze zeker in het begin niet of nauwelijks opvallen.
Een regelmatige check-up door een dierenarts kan helpen bij het zo vroeg mogelijk opsporen van kwalen.
Ook de checklist kan u helpen met het vroeg oppikken van de problemen van uw oudere dier.
Heel veel van deze problemen zijn vaak, zeker in een vroeg stadium, nog goed te behandelen.
Het streven is niet alleen dat u nog zo lang mogelijk van uw dier kan genieten, maar ook dat de kwaliteit van leven van uw dier zo hoog mogelijk blijft!!!
 

Wat zijn veel voorkomende ouderdomskwalen?

1  Gewicht!!! (te dik/te dun)

Een goed gewicht is altijd heel belangrijk voor elk dier!
Ten eerste moet een dier niet te dik zijn. De gewrichten krijgen dan veel eerder klachten en ook verschillende organen kunnen slecht tegen al dat vet. Het is heel belangrijk om een dier netjes op gewicht te houden. Weeg uw dier daarom regelmatig!
Gewichtsverlies (zonder dat er ‘gelijnd' wordt) is ook iets om erg alert op te zijn.
Een dier valt niet af vanwege ouderdom; een dier valt af omdat er iets aan de hand is! Wanneer uw dier afvalt zonder dat duidelijk is waarom, laat dan zeker een dierenarts uw dier onderzoeken. Ook hier geldt: hoe eerder de oorzaak opgespoord wordt, hoe groter de kans is dat er wat aan gedaan kan worden.
Vaak gaat zowel gewichtsverlies als gewichtstoename sluipend, weeg uw dier daarom regelmatig!!

2  Gebit

Veel dieren krijgen op latere leeftijd problemen van het gebit. Ze kunnen moeilijk gaan eten, klapperen met de bek of gaan erg stinken uit de bek. Heel vaak echter, merkt u niets van de gebitsproblemen van uw dier. Pas wanneer er wat aan gedaan is, kan het u opvallen dat het dier zich beter voelt of toch makkelijker gaat eten. De meeste problemen ontstaan door de ontwikkeling van tandsteen. Hierdoor ontstaat tandvleesontsteking en dit kan zo erg worden dat tanden verwijderd moeten worden.
Een regelmatige gebitscontrole is van groot belang voor het ouder wordende dier. Problemen kunnen dan in een vroeg stadium worden opgevangen, zodat eventuele gebitsbehandelingen minder ingrijpend zijn.
Speciale brokken, kauwstaven en met name tandenpoetsen zijn ook zeer behulpzaam bij de gebitsverzorging.
 

3  Pijn

Het kan heel moeilijk zijn om zeker te zijn of een dier wèl of géén pijn heeft. Slechts weinig dieren geven pijn duidelijk aan. Een van de redenen daarvoor is dat het in de natuur helemaal niet verstandig is om pijn aan te geven. Het toont zwakte aan en belagers maken daar graag misbruik van!
Toch zijn er verschillende dingen die kunnen verraden dat een dier mogelijk pijn heeft. Denk bijvoorbeeld aan kreupel of stijf lopen, moeilijk overeind komen, niet meer in de auto springen, meer slapen, verstoppen of minder/moeilijk eten.
Bespreek het met een dierenarts of assistente als u vermoedt dat uw dier pijn heeft. Heel vaak kunnen we de pijn verlichten.
Denk eraan: geef NOOIT zomaar pijnstillers aan uw dier en zeker geen pijnstillers die voor de mens zijn bedoeld. Uw dier kan ernstig vergiftigd raken en in sommige gevallen zelfs sterven!
 

4  Gedragsverandering

Een van de meest voorkomende oorzaken van gedragsveranderingen bij de oudere hond is hersenveroudering. De beschadiging van de hersencellen is een natuurlijk proces, dat ontstaat door vrije radicalen in het lichaam. Ondanks dat het een natuurlijk verouderingsproces is, kunnen de gevolgen groot zijn voor uw hond.
Bekende gedragsveranderingen zijn:

  1. Desoriëntatie: uw dier herkent mensen en plaatsen niet meer, is minder alert en vertoont doelloos gedrag, lijkt verloren in bekende omgeving;
  2. Minder interactie: familieleden worden niet meer begroet, uw dier vraagt niet meer om aangehaald te worden of om aandacht;
  3. Verstoord/veranderd slaappatroon;
  4. Niet meer zindelijk.
Gelukkig zijn er vaak nog goede mogelijkheden om de klachten te verminderen. Er zijn medicijnen waar sommige honden goed op reageren maar ook een speciale voeding heeft soms erg veel baat. Vraag er naar bij een van onze dierenartsen.
Wanneer een hond agressief gedrag vertoont, is het belangrijk om snel contact op te nemen met de praktijk. Dit om eventuele bijtincidenten in de toekomst hopelijk te kunnen voorkomen.
 

5  Gewrichtsaandoeningen

Heel vaak krijgen (met name grote) honden last van hun gewrichten. Meestal is er dan sprake van artrose als gevolg van gewrichtsslijtage. De belangrijkste aanwijzingen daarvoor zijn bijvoorbeeld: stijf uit de mand komen, de auto niet zelf meer in springen en de wandeling niet meer volhouden. Een van de belangrijkste middelen om de klachten zolang mogelijk binnen de perken te houden is het dier mooi slank houden. Heel vaak verdwijnen de klachten wanneer de hond/kat zijn overtollig lichaamsgewicht kwijt raakt!! De dieren krijgen weer zin in wandelingen en spelletjes. Wanneer het gewicht goed is en de klachten nog aanwezig zijn, dan kan aangepaste beweging geadviseerd worden of gestart worden met medicijnen (zie ook veel voorkomende vragen: poten en tenen). Wanneer een dier klachten heeft van de gewrichten, is het altijd verstandig deze te laten onderzoeken door een dierenarts. Deze kan de oorzaak en de ernst van de klachten beoordelen, eventueel extra onderzoek adviseren en een therapie en/of dieet- of trainingsadvies geven.
 

6  Spijsverteringsproblemen

Wanneer een ouder dier gaat braken, is het belangrijk dat u er een dierenarts naar laat kijken. Er zijn heel veel redenen om te braken en de dierenarts kan met een lichamelijk onderzoek een heleboel oorzaken opsporen, dan wel de ernst beoordelen en afwegen of verder onderzoek noodzakelijk is. Wanneer daar aanleiding voor is, kan de dierenarts beslissen voor bijvoorbeeld bloedonderzoek, rontgenfoto’s en/of een echo. De behandeling is afhankelijk van de ernst en de oorzaak van het probleem. Wanneer een hond/kat langer dan een paar dagen diarree heeft of hij/zij heeft naast de diarree ook andere klachten (niet eten, sloom, braken enz.), dan is het belangrijk om een dierenarts het dier te laten controleren. Ook hier zal de dierenarts de ernst en de oorzaak proberen vast te stellen om een zo goed mogelijke behandeling in te stellen.
 

7  Incontinentie

Met name teven kunnen op latere leeftijd in meer of mindere mate incontinentie vertonen. Belangrijk is het om een (bijkomende) blaasontsteking uit te sluiten dan wel op te sporen. Er zal daarom altijd ook een urine-onderzoek gedaan worden. Wanneer er bij lichamelijk- en urineonderzoek geen afwijkingen gevonden worden, zal een therapie ingesteld worden die de incontinentie wegneemt of sterk vermindert. Veel teven reageren erg goed op deze therapie, al blijven ze de medicijnen wel vaak levenslang nodig hebben. Wanneer de medicijnen onvoldoende effect hebben, dan kan een teef in aanmerking komen voor een operatieve ingreep.
Reuen met incontinentieproblemen hebben vaak prostaatproblemen; ook hier zal een blaasontsteking uitgesloten moeten worden met behulp van urineonderzoek. Laat ook de incontinente reu onderzoeken door een dierenarts!
 

8  Diabetes mellitis (suikerziekte)

Wanneer uw hond/kat opvallend veel gaat drinken en urineren dan kan diabetes mellitis (suikerziekte) daar de oorzaak van zijn. De eerste stap naar een diagnose is een urine-onderzoek. In de urine zal bij suikerziekte suiker gevonden worden. Vervolgens wordt een bloedonderzoek gedaan, ook om een eventuele onderliggende oorzaak op te sporen. Suikerziekte is ook bij hond en kat vaak te behandelen met insuline.
 

9  Hartaandoeningen

Zowel bij honden als bij katten worden op latere leeftijd regelmatig hartafwijkingen geconstateerd. Dit kan zich uiten in een slecht uithoudingsvermogen, hoesten, flauwvallen enz. Met name katten lijden echter 'stiekem' aan hartkwalen en zal u daar thuis pas in een heel laat stadium wat van merken. Het is daarom belangrijk om uw kat (en hond) minimaal 1x per jaar te laten controleren op onder andere het hart. De dierenarts zal de pols beoordelen en ook naar de harttonen luisteren. Wanneer het nodig is kan een echo of een ecg (hartfilmpje) geadviseerd worden. Omdat bij katten vaak sprake is van een onderliggend nier- en/of schildklierprobleem zal ook vaak bloedonderzoek gedaan worden. Tevens kan de bloeddruk van de kat belangrijk zijn om in de gaten te houden! Heel vaak is een dier met een (beginnende) hartkwaal nog heel lang heel goed te helpen met behulp van medicijnen!
 

10  Nierfalen (chronisch)

Met name katten kunnen op hun oude dag chronische problemen krijgen met hun nieren. De nieren zijn dan o.a. niet meer in staat om het lichaam goed te ontgiften. De verhoogde gifstoffen in het bloed geven weer problemen elders in het lichaam. De reden waarom de kat zo vaak nierproblemen krijgt op hoge leeftijd is niet bekend. Vele wetenschappers buigen zich er over!

Nierproblemen ontstaan meestal sluipend. De dieren drinken vaak wat meer, vallen (langzaam) af en gaan er steeds slechter ('ouder') uitzien. Uiteindelijk worden ze heel sloom, broodmager, uitgedroogd, kunnen ze gaan braken, stinken uit de bek enz. In de urine zijn regelmatig een of meer aanwijzingen voor nierfalen te vinden, maar de beste manier om een diagnose te stellen is door middel van bloedonderzoek.
Hoe eerder in het proces van nierfalen een diagnose gesteld wordt, hoe beter het is!
Houdt drinkgedrag en gewicht goed in de gaten!
De therapie bestaat uit het ondersteunen van het deel van de nieren dat nog goed functioneert en de gifstoffenproductie van het lichaam minimaliseren.
Er wordt een speciaal dieet geadviseerd en evt. aanvullende medicijnen.
Bij nierproblemen komt ook vaak een hoge bloeddruk voor. Het is belangrijk ook deze te bestrijden met behulp van medicijnen en regelmatig te laten controleren.
 

11  Tumoren

Tumoren komen in verhouding veel meer voor bij oudere dieren dan bij jonge dieren. Afhankelijk van de locatie kunnen de klachten heel erg verschillen, denk maar aan bijvoorbeeld huid-, melkklier-, long-, lever-, hersen- en darmtumoren. Allemaal kunnen ze andere klachten veroorzaken. Sommige zijn aan de buitenkant van een dier goed te zien of te voelen en andere geven eerst alleen vage klachten, zoals gewichtsverlies, braken of diarree.
Het is belangrijk heel alert te zijn op het ontstaan van tumoren. Hoe sneller een kwaadaardige bult gevonden wordt, hoe groter de kans dat een dier weer helemaal kan genezen!!
 

12  Geslachtsorgaan-problemen (baarmoeder/prostaat/testikeltumoren)

Regelmatig zien we bij het ouder wordende dier problemen van de geslachtsorganen.
Teven en poezen die niet gecastreerd (gesteriliseerd) zijn ontwikkelen op latere leeftijd heel vaak een baarmoederontsteking. Hier kunnen ze erg ziek van worden. Een operatie waarbij de gehele baarmoeder en de eierstokken verwijderd worden, is de enige goede oplossing.
Een ander veel voorkomend probleem bij het ouder wordende (voornamelijk vrouwelijke) dier is het ontstaan van melkkliertumoren. Net als bij de mens is het belangrijk dat deze, vaak kwaadaardige, bulten snel en rigoreus verwijderd worden!!
Een baarmoederontsteking is te voorkomen door de poes of teef te castreren (steriliseren). Hierbij worden (meestal) alleen de eierstokken verwijderd. Het vroeg verwijderen van de eierstokken bij de hond op jonge leeftijd heeft als bijkomend voordeel dat de kans op melkkliertumoren bijna tot nul gereduceerd wordt. (zie ook veel voorkomende vragen: voortplanting hond)
Reuen die niet gecastreerd zijn kunnen problemen krijgen als gevolg van een vergrote prostaat.
Honden kunnen moeite krijgen met de stoelgang (erg persen en soms afgeplatte ontlasting) of met plassen en/of kunnen ze druppelsgewijs urine verliezen, vaak met bloed erbij. De remedie bestaat uit een (chemische) castratie.
Andere problemen van de prostaat zijn ontstekingen en een heel enkele keer een tumor.
Sommige honden ontwikkelen een tumor in een testikel. Vaak is dan de aangetaste testikel groter dan de gezonde. Soms produceert zo’n testikel tumor vrouwelijke hormonen, waardoor de hond bijvoorbeeld grotere melkklieren krijgt of aantrekkelijk wordt voor reuen. De remedie voor een testikeltumor is het verwijderen van de aangetaste testikel. Meestal wordt de andere testikel tegelijk ook verwijderd.
 

13  Slecht zien/horen

Ook bij de ouder wordende hond/kat wordt het gehoor en het zicht vaak minder met de jaren.
De meest voorkomende oorzaak van slecht zien, is de ontwikkeling van 'staar'. Hierbij vertonen de pupillen een grijs/blauwe gloed. De meeste honden redden zich er opvallend goed mee, zeker als het zich langzaam ontwikkelt. In de meeste gevallen wordt er niets aan gedaan. Alleen in uitzonderlijke situaties is een staaroperatie een mogelijkheid.
Wanneer u twijfelt of het wel staar is, dat u in de ogen als verandering ziet, ga dan zeker langs bij een dierenarts!! Ogen zijn kostbaar en we kijken er liever een keer te veel naar dan één keer te weinig!!
 

14 Doofheid

Doofheid komt ook voor als 'ouderdomskwaal'. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Vaak zit het probleem in het binnenoor en daar is weinig/niets aan te doen en moet uw dier en uzelf daar mee leren omgaan!
Regelmatig echter komt het slecht horen door bijvoorbeeld een prop oorsmeer in de gehoorgang of een ontsteking. Dat is goed oplosbaar!! Laat de oren dus zeker bekijken door een dierenarts!
 

15  Kan ik mijn dier beter op een seniorenvoeding zetten en zo ja wanneer?

Gemiddeld genomen bereiken honden met een leeftijd van 7 jaar de 'senioren'-levensfase. De voedingsbehoeften gaan verschillen ten opzichte van jongere volwassen honden. Om deze reden is het verstandig om vanaf een leeftijd van 7 jaar de voeding aan te passen. Verschillende voederfabrikanten hebben uitstekende seniorenvoedingen gemaakt, die geheel zijn aangepast aan de veranderde voedingseisen van uw ouder wordende hond of kat.
De punten waarop de seniorenvoeders verschillen van 'normale' voeders zijn bijvoorbeeld:

U kan bij onze dierenartsen en assistentes altijd terecht voor een gericht voedingsadvies voor uw dier(en)
 

16  Zijn entingen nog wel nodig bij een ouder dier?

Ja zeker, bij oudere dieren zijn de jaarlijkse entingen ook belangrijk om bij te houden!
Ook bij oudere dieren neemt de weerstand na 1 jaar (sommige ziekten pas 2 jaar na de enting) weer zodanig af, dat een vaccinatie nodig is. Oudere dieren zijn daarbij nog gevoeliger voor ziekten, zodat bepaalde virussen ergere ziekteverschijnselen kunnen veroorzaken dan bij een jonger dier. Dit is bij de mens ook zo: een griep kan bij een jonger persoon bijvoorbeeld een paar dagen verkoudheid geven, terwijl een bejaarde van datzelfde virus kans loopt doodziek te worden…Dus ook bij uw oudere dier blijven de entingen belangrijk in de strijd tegen bepaalde gevaarlijke ziektes. Wanneer u met uw dier bij ons voor de enting komt wordt hij/zij ook altijd lichamelijk onderzocht. Op deze manier komen we ook veel (ouderdoms)kwalen op het spoor!

Door hier te klikken komt u bij onze check-list, die u kan helpen bij het opsporen van eventuele problemen van uw huisdier.



Terug naar het overzicht van veelgestelde vragen.

Heeft u suggesties en/of opmerkingen?

Laat het ons weten, want ook uw ervaring kan goed bijdragen aan de waarde van dit deel van onze website!