Elk
jaar groeit er weer hoog gras
in de natuurgebieden weer
waar we onze honden uitlaten. Dit wilde gras heeft voor honden soms een
groot nadeel; dit gras bevat 'grasaren'.
Grasaren hebben een scherpe
punt aan de voorkant en aan de achterkant kleine weerhaakjes.
Hierdoor kunnen ze zich
aan de vacht van de hond vasthechten. Dat gebeurt natuurlijk vooral bij
honden met een langharige vacht.
Deze kleine zaadjes kunnen
soms door de huid van uw hond naar binnen dringen. Daardoor wordt de grasaar
ook wel eens een 'kruiper' genoemd.
Grasaren breken van de wilde
grassen af als de hond er door heen loopt of rent of buitelend speelt.
Als een grasaar eenmaal
'aan' de hond zit, kan hij maar één kant uit: vóóruit
en dat is dikwijls: naar binnen!
De meeste grasaren komen daarom
tussen de tenen terecht. Ze hechten zich aan en in het zachte weefsel tussen
de tenen.
Voor het lichaam zijn deze
zaadjes lichaamsvreemd materiaal en de reactie hierop is een ontsteking.
Ook komen de zaadjes dikwijls
in het oor terecht en kunnen daar een pittige oor-ontsteking veroorzaken.
Of nog erger - als ze niet
op tijd worden verwijderd - door het trommelvlies heen dringen.
Of de zaadjes kunnen via
het oog achter de oogbol terechtkomen en daar een ernstige ontsteking veroorzaken.
Ook komt het voor dat grasaren
worden ingeslikt en in de keelholte of slokdarm blijven steken en veel
ellende geven.
Dan ontstaat er een dikwijls
een onsteking met 'fistel' om het ontstekingsvocht af te voeren.
Grasaren:
links
zoals ze aan de plant zitten;
rechts
zoals deze in een hondenoor is gaan ontsteken
en
onder verdoving is verwijderd.
Om een ontsteking tegen de
gaan, wordt dikwijls een antibioticum gegeven, maar tegenwoordig doen wij
in onze praktijk dat liever niet meer.
Met antibiotica verdwijnt
de ontsteking wel (tijdelijk), maar de bron van de ontsteking blijft vaak
aanwezig.
Door het gecontroleerd 'uit
te laten zweren' (wat een natuurlijke reactie van het lichaam is), raken
we de grasaar tenminste ook kwijt.
We zijn er dus nu meer op
gericht om uw hond eventueel iets te geven tegen irritatie of desnoods
pijn, maar vooral het natuurlijk proces z'n loop te laten hebben.
De zaden kunnen erg diep
in het weefsel dringen en zijn dan vaak erg moeilijk te vinden.
Wanneer moet u verdacht zijn op een grasaar ?
Hoe voorkomt u problemen door een grasaar?
De problemen door de grasaar
zijn nooit geheel te voorkomen.
Als u er voor kiest om nooit
meer met uw hond de hei op of het bos in te gaan of door het landelijk
gebied 'te struinen', heeft u nauwelijks meer kans op grasaar-problemen.
Maar die oplossing is niet de leukste voor de hond.
Het enige advies dat we
kunnen geven is om uw hond na elke wandeling in het 'grasaar-seizoen' (ongeveer
van medio juni tot eind augustus) bij thuiskomst goed te controleren op
de voornaamste 'gevoelige' plekken: tussen de tenen, in de oren, rond de
ogen, bij de neus, in de lossere vacht rond de nek en in de huidplooien
rond voor- en achterpoten.
Neem bij enige twijfel contact
met ons op!
Problemen door de grasaar
veroorzaakt kunnen héél langdurig voortgaan. Ze kunnen ingrijpend
zijn en voor de dierenarts moeilijk en moeizaam werk opleveren. En dan
wordt het niet alleen pijnlijk voor uw hond, maar ook voor uw portemonnee.
En ook dat laatste is met controle door u zelf goed te voorkomen.
Heeft
u suggesties en/of opmerkingen?
Laat
het ons weten, want ook uw ervaring kan goed bijdragen aan de waarde van
dit deel van onze website!
Mail
naar info@diermedicus.nl
Terug
naar het overzicht van veelgestelde vragen.
Voor
het laatst bijgewerkt op 18 juli 2006