De hond en inentingen

Wanneer en hoe vaak moet een hond gevaccineerd worden?

De vaccinatie-schema’s voor honden zijn niet standaard. Wij streven naar een vaccinatie ‘op maat’. Dit betekent dat we per individueel dier beoordelen welke inentingen van belang zijn. Afhankelijk van de risico’s en wettelijke eisen en zonder een hond te ‘over-enten’.
Bij het maken van de keuze welke vaccinaties voor uw hond(en) belangrijk zijn, wordt o.a. gekeken naar: de leeftijd van uw dier (pup of volwassen), voorgaande vaccinaties, heeft uw dier veel contact met andere honden (bijvoorbeeld: drukke uitlaatplekken, hondentrainingen, shows, kennelbezoek, uitlaatservice), en of de hond naar het buitenland gaat. Aan de hand van deze informatie bepalen we zo per dier welke vaccinaties gegeven moeten worden.
Enkele voorbeelden:

Tegen welke ziektes kan ik mijn hond laten vaccineren?

Wanneer mag mijn pup naar buiten?

Bij deze vraag moet een afweging gemaakt worden tussen risico van ziektes en het socialisatie proces van uw pup.
Tot ongeveer 12 weken leeftijd is de ideale leeftijd om uw pup alles te laten zien en meemaken wat hij/zij in het verdere leeftijd tegen kan komen (verschillende soorten mensen, dieren, vervoersmiddelen en situaties) Dit noemen we de socialisatiefase.
Echter de laatste ‘puppyvaccinatie’ is pas rond 12 weken en pas daarna is uw pup volledig gevaccineerd.
Nu blijkt dat puppy’s na de 9 weken vaccinatie in 95% van de gevallen voldoende beschermd zijn tot 12 weken leeftijd.
Er zijn dus een aantal pups niet voldoende beschermd, maar omdat de socialisatiefase zo verschrikkelijk belangrijk is in de ontwikkeling van uw hond, raden we aan om vanaf 9 weken leeftijd toch naar buiten te gaan! Wel kunt u het beste vieze poepveldjes en niet-gevaccineerde honden vermijden.

Zijn er ook gevaren voor de mens als een hond niet gevaccineerd wordt?

Ja zeker!! De ziekte van Weil is ook voor de mens heel gevaarlijk! Wanneer een hond deze ziekte oploopt, vormt deze hond ook een bron van besmetting voor de mens!
In landen waar rabiës (hondsdolheid) voorkomt is het ook voor de bescherming van de mens van belang dat honden gevaccineerd worden tegen hondsdolheid. Dit is in Nederland niet het geval.
 
 

Wat zijn de verschijnselen als een hond een van deze ziektes krijgt?

Hondenziekte wordt veroorzaakt door een virus dat alle slijmvliezen van het lichaam ernstig aantast. Het komt het vaakst voor bij jonge puppies. Het kan ook voorkomen bij wolven, nertsen en fretten! De verschijnselen bestaan uit: koorts, oogonstekingen, braken, diarree, hoesten, snotneuzen en soms ook hersenverschijnselen!! Soms zie je ook verdikking van de hoornlaag van de voetzooltjes. Meestal worden de dieren erg ziek en vaak overlijden ze zelfs aan de aandoening. Gelukkig wordt het dankzij de goede vaccinaties in Nederland niet vaak meer geconstateerd, maar zeker bij de pups die uit het buitenland geïmporteerd worden, komt het nog geregeld voor!

Parvo wordt ook door een virus veroorzaakt. Dit virus geeft hele ernstige maagdarmklachten waarvan de opvallendste en bekendste de ernstige bloederige stinkende diarree is. Ook kan dit virus soms schade van de hartspier geven waardoor de dieren (soms jaren later) ernstige hartklachten kunnen krijgen.
Wanneer een hond parvo heeft is hij zeer besmettelijk voor andere honden en de zeer intensieve zorg moet dan ook onder strikte quarantaine gebeuren!!
Het parvo virus kan ook heel lang in de omgeving blijven bestaan, dus wanneer er bijvoorbeeld in het bos 'parvo-diarree' ligt, kan dit nog jaren voor besmettingen zorgen!!
Ook dit virus zien we het vaakst bij jonge dieren en sommige rassen zijn extra gevoelig (dobermann, rottweiler, Duitse herder)

Ziekte van Weil (leptospirose) wordt door een bacterie veroorzaakt. Deze bacterie veroorzaakt ernstige schade aan lever en nieren. Er zijn antibiotica tegen deze bacteriën maar ook deze medicijnen zijn weer erg slecht voor lever en nieren. De honden die de ziekte overleven houden vaak de rest van hun leven lever- en nierklachten!
De bacterie verspreidt zich via de urine van besmette dieren. Het komt regelmatig voor bij ratten die via hun urine het water waarin ze zwemmen vervuilen. Als een hond of een mens dit water binnenkrijgt kan de ziekte opgelopen worden! Wanneer een hond de ziekte van Weil blijkt te hebben moeten ook alle mensen die met het dier in contact komen erg op besmetting letten, want ook voor mensen is het een levensbedreigende ziekte!!

Para-influenza is een van de veroorzakers van 'kennelhoest'.
Kennelhoest wordt veroorzaakt door 3 factoren:

  1. para-influenzavirus
  2. bordetella bronchosepta (een bacterie)
  3. 'stress'
Deze combinatie van factoren komt in hoge mate voor in pensions en kennels en zo komt de ziekte aan zijn naam.
De klachten bestaan uit een harde toeterende hoest, vaak gevolgd door kokhalzen en soms braken. Deze hoest kan soms weken aanhouden en kan zo baas en hond behoorlijk uit de slaap houden! Soms hebben de honden ook koorts en andere luchtweginfectie verschijnselen. Het komt bij honden van alle leeftijden voor.

Hepatitis is een besmettelijke leverziekte die wordt veroorzaakt door een virus. De ziekte kan heel mild verlopen, maar ook heel ernstig en soms zien we zelfs sterfte!! Symptomen kunnen bijvoorbeeld zijn: braken, niet eten, koorts en gele slijmvliezen.
Gelukkig komt het dankzij de goede entingen niet zo vaak meer voor in Nederland.

Hondsdolheid (rabiës) komt in Nederland onder honden (en mensen!) al heel wat jaren niet meer voor en dat willen we graag zo houden! Hondsdolheid is namelijk voor ieder mens of dier (hond/kat/vos/fret/vleermuis) dodelijk wanneer de symptomen zichtbaar zijn. Daarom eist Nederland en ook alle andere landen dat alle honden, katten en fretten bij grensovergang een geldige hondsdolheidenting (rabiësenting) hebben. Dit houdt in dat de enting niet langer dan drie jaar geleden gegeven mag zijn en minimaal een maand geleden. Sommige landen willen ook een bloedonderzoek waarin aangetoond kan worden of de enting 'aangeslagen' is .
De bescherming van een voor het eerst ingeënte hond werkt pas 21 dagen na die eerste inenting.
Laat deze inenting dus niet op het laatste moment aankomen, maar doe dit liefst ruim een maand vóórdat u met uw hond naar het buitenland vertrekt!

In onze praktijk geven wij tegen rabiës de voorkeur aan Nobivac als entstof.
Het grootste voordeel van deze entstof is dat deze bij reizen bnnen de EU niet één, maar drie jaar effectief blijft !
(Indien de enting met Nobivac heeft plaatsgevinden na 1 juni 2005).
Indien u uw hond dus doorlopend bescherming tegen rabiës wil geven, moet dit na de eerste enting steeds binnen 3 jaar na de vorige enting gebeuren.
Let op: deze 3-jaars termijn wordt in o.a. Zwitserland niet erkend; daar eist men jaarlijkse vaccinatie!

Vatbare diersoorten (ook de mens) kunnen het rabiësvirus oplopen door bloed/bloed of speeksel/bloed contact, bijvoorbeeld door een beet van een besmet dier.
Hondsdolheid tast de hersenen aan waarbij agressief of heel angstig gedrag kan optreden, maar ook ander 'vreemd' gedrag.
Wanneer de symptomen verschijnen is de overleving vaak niet langer meer dan zeven dagen.
Wanneer u een zieke vleermuis vindt, raak het dier dan zeker niet met blote handen aan. Bel de dierenambulance om het te vangen en mee te nemen, zij weten ermee om te gaan. Neem zelf niet het risico, ook Nederlandse vleermuizen kunnen rabiës hebben en er bestaat een kleine kans dat u besmet wordt. Wordt u toch gebeten of gekrabd door een dier dat mogelijk besmet is met hondsdolheid, was en desinfecteer de wond goed met jodium en raadpleeg zo snel mogelijk een arts!

Kennelhoest is wat we noemen een factorenziekte. Meerdere ziekteverwekkers en omstandigheden spelen hier een rol en geven meer of mindere klachten van de luchtwegen.
De ziekteverwekkers zijn: het Para-influenza-virus en Bordetella bronchosepta (een bacterie).
Deze verwekkers krijgen de meeste kans om ziekte te veroorzaken op plekken waar veel honden tegelijk (en onder “stress”) aanwezig zijn. Denk aan bijvoorbeeld pensions en hondententoonstellingen.
De meest voorkomende klacht is een hardnekkige luid toeterende hoest die vaak uitmondt in kokhalzen en soms zelf braken van slijm of voedsel.
De honden hoeven er niet erg ziek van te zijn, maar soms zien we ook koorts en andere luchtwegproblemen.
Om de kans op deze ziekteverschijnselen te minimaliseren zijn er twee entingen mogelijk. De enting tegen para-influenza zit bij de jaarlijkse cocktailenting en de bordetella-enting (neusdruppelmethode) wordt geadviseerd wanneer een hond in omstandigheden komt waarbij het risico voor kennelhoest groot is (bijvoorbeeld kennelbezoek). De meeste pensions stellen deze entingen ook verplicht.

Piroplasmose is een ziekteverwekker die in (sub)tropische landen door teken overgebracht kan worden. Er bestaat een enting tegen, maar deze enting is slechts tegen één variant van deze ziekte en juist deze variant komt in Europa niet zo vaak voor. Daarbij voorkomt hij niet de besmetting maar vermindert alleen de symptomen en van deze enting is slechts een korte werkzaamheid bekend. Ook moet deze vaccinatie ieder jaar tweemaal gegeven worden en kan niet gecombineerd worden met andere vaccinaties. Al met al zien wij in Europa niet zoveel voordelen van deze enting en adviseren wij om de teken zelf zo goed mogelijk te bestrijden. Op die manier kan piroplasmose en ook vele andere ziekten die door teken overgedragen worden, voorkomen worden.
Wanneer uw hond regelmatig meegaat naar een gebied waar deze enting wel zin heeft (vraag een lokale dierenarts) dan kunnen we uw hond vanzelfsprekend deze enting wel geven.
 

Cocktail

Wat wordt bedoeld met grote en kleine cocktail?
Wanneer we bij een enting spreken van een 'cocktailenting' dan bedoelen we een enting waarbij met één prik tegen meerdere ziektes tegelijk beschermd wordt.
Het is niet nodig om ieder jaar tegen alle ziektes te enten, omdat sommige delen van de grote cocktailenting voor 3 jaar bescherming geven.
Een grote cocktail geeft bescherming tegen meer ziekten, maar niet voor alle ziekten hoeft jaarlijks geënt te worden, dus zal deze afgewisseld worden met een cocktail waarin bescherming tegen minder ziekten is verwerkt.
Het vaccin dat in elk geval jaarlijks gegeven moet worden is tegen de Ziekte van Weil (leptospirose), de rest is afhankelijk van de risico's de individuele hond.


Heeft u suggesties en/of opmerkingen?

Laat het ons weten, want ook uw ervaring kan goed bijdragen aan de waarde van dit deel van onze website!

Mail naar info@diermedicus.nl


Voor het laatst bijgewerkt op 26 september 2008