Op 4 oktober
is het werelddierendag, de dag waarop overal ter wereld wordt stilgestaan
bij de rechten van de dieren in onze samenleving.
4 oktober is ook de sterfdag
van Sint-Franciscus van Assisi (1181-1226), de grondlegger van de kloosterorde
der Franciscanen.
Uit de verhalen over het
leven van deze heilige zijn vooral die over zijn liefde voor de natuur
en de dieren tot de verbeelding gaan spreken zowel bij katholieken als
bij protestanten. Met name de uit de geschiedschrijving bekende preek van
Franciscus tot de vogels heeft steeds opnieuw inspiratie gegeven.
In de twintigste eeuw ontstond
er een sterke opleving in de belangstelling voor Franciscus als dierenvriend.
Die belangstelling heeft
zeker meegespeeld toen in 1929 tijdens een internationaal congres van verenigingen
voor dierenbescherming in Wenen de sterfdag van de heilige Franciscus werd
uitgeroepen tot internationale dag van het dier.
In Nederland werd in 1930
voor het eerst dierendag gehouden. 66 jaar eerder, in 1864 was in Den Haag
de Haagsche Vereeniging tot Bescherming van Dieren opgericht in navolging
van al bestaande verenigingen elders Europa en als eerste van een reeks
plaatselijke verenigingen in Nederland.
In 1877 werd haar naam veranderd
in Landelijke Vereeniging en onder die naam sloten de meeste lokale vereningen
zich aaneen. De belangrijkste doelstellingen van de Ver(e)eniging (afgekort:
de Dierenbescherming) waren en zijn nog steeds de tot standkoming van de
wetgeving voor dieren en de controle op de naleving van dierenwetten.
Na de eerste Wereldoorlog
begon zij ook voorlichting te geven via brochures, folders, film, krant,
radio en televisie.
Dierendag werd vanaf 1930
de belangrijkste dag in het jaar voor het houden van voorlichtingcampagnes.
Dierendag is door de internationale verenigingen van dierenbescherming
ingesteld als wereldthemadag om het publiek bewust te maken van het idee
dat dieren rechten hebben en beschermd moeten worden.
Het verschijnsel themadag
of dag in het teken van een bepaald idee bestond in 1929 nog relatief kort.
Het was een nieuw middel om te wijzen op de ondergeschikte positie van
bepaalde groepen en op veronachtzaamde vraagstukken in de samenleving.
Dierendag sloot als betrekkelijke nieuweling in de reeks aan bij (inter)nationale
dagen als de dag van de arbeid (1890), vrouwendag (1910), moederdag (ca.
1914) en boomplantdag (1919). In de nu meer dan zeventigjarige geschiedenis
van dierendag is in de loop der tijd veel veranderd.
In Nederland werd deze dag
in 1930 in de Nieuwe Rotterdamsche Courant begroet met een beschouwend
artikel over de houding van de mens tegenover de dieren. Het artikel eindigde
met een citaat (uit ca. 1900) van de theoloog en predikant P.H. Hugenholtz
jr als motto voor deze eerste dierendag: ''t Is een schande voor onze
zoogenaamd-Christelijke beschaving, dat er nog vereenigingingen tot bescherming
van dieren nodig zijn".
Ook andere kranten plaatsten
in de beginperiode van dierendag bespiegelende stukken over mensen en dieren
en over het werk van de Dierenbescherming. Op 4 oktober 1939 bijvoorbeeld
wijdde de Provinciale Drentsche en Asser Courant een artikel aan dierenmishandeling
en aan de maatregelen van de dierenbescherming daartegen, waaronder het
uitroepen van dierendag.
Zowel de manier waarop dierendag
gevierd wordt als de berichtgeving daarover in de media zijn sindsdien
sterk veranderd.
Steeds meer groeperingen
zijn zich zelfstandig of in samenwerking met de Dierenbescherming met de
organisatie gaan bezighouden.
Dierendag heeft zich vooral
sinds de jaren 1960 ontwikkeld van een campagnedag van de Dierenbescherming
naar een dag van kleine evenementen. Vooral in de lokale media wordt aan
de activiteitenprogramma's aandacht besteed. Beschouwingen over dieren
naar aanleiding van dierendag verschijnen nauwelijks meer in de pers. De
groepen die men op dierendag wil bereiken, zijn niet veranderd.
Van meet af aan zijn kinderen
de belangrijkste groep waartoe men zich richt om hen een gevoel voor dieren
en de natuur bij te brengen.
Van oudsher ook speelt de
school overal in het land een primaire rol bij de organisatie van activiteiten.
Leerlingen van basisscholen doen bijvoorbeeld mee aan teken- en verkleedwedstrijden,
bouwen vogelnestkastjes of bezoeken kinderboerderijen. Nieuw sinds de jaren
1970 is dat de leerlingen hun huisdieren mee naar school brengen en dat
er prijzen worden uitgereikt voor de beste verzorging. Naast de school
is ook de kerk altijd betrokken geweest.
De organisatie door de kerk
van activiteiten met dieren is echter recent. In Roermond bijvoorbeeld,
waar dierendag Alderbeestedag wordt genoemd, wordt sinds de jaren 1960
jaarlijks een optocht van kinderen met hun huisdieren gehouden die eindigt
in een dierenparade voor de kapelaan. Een dierenzegening op dierendag door
de pastoor vindt sinds 1993 plaats op het kerkplein in Uden. De laatste
tijd worden huisdieren, van kinderen en van volwassenen, ook wel in de
kerk gezegend. In het jaar 2000 was dat bijvoorbeeld het geval in Rooms-Katholieke
kerken in Leidschendam en in Den Haag. Van Protestantse zijde organiseerde
de Stichting Kerk en Dier in dat jaar in Harderwijk ter gelegenheid van
dierendag een lezing over de bioindustrie.
Verder zijn de laatste decennia
ook allerlei gemeentelijke instellingen en verenigingen (zoals buurt-,
jongeren- en welzijnscentra, dierenverenigingen en kinderboerderijen) jaarlijks
actief betrokken bij dierendag, vaak met de organisatie van huisdierenkeuringen
waaraan ook veel dierenartsen hun medewerking verlenen. De Dierenbescherming
zelf is met al haar afdelingen en zusterinstellingen (als dierenambulance,
dierenasiels, Stichting Lekker Dier enz.) in de week van dierendag het
meest actief.
In 1972 werd voor het eerst
een open asieldag gehouden in Zutphen. Sinds enkele jaren houden alle bij
de dierenbescherming aangesloten asiels jaarlijks open huis om het publiek
kennis te laten maken met hun werk en in de hoop nieuwe bazen voor de asieldieren
te vinden. Op die dagen voert de Dierenbescherming steeds intensief campagne
met voorlichting, ledenwerfacties en financiële acties.
Tenslotte is de inbreng
van de commercie op dierendag steeds belangrijker geworden. De commerciële
bijdragen aan dierendag zijn vaak het meest origineel. Zo worden er door
restaurants openbare maaltijden georganiseerd voor dieren en taarten aangeboden
aan olifanten of apen in dierentuinen. Winkelverenigingen organiseren in
winkelcentra tijdelijke kinderboerderijen. De Commissie ter Promotie van
het Nederlandse Boek (CPNB) vestigde in 2000 de aandacht op de kinderboekweek
(met het thema dier) door middel van allerlei acties met dieren (huisdierkeuringen,
gratis dierenartsspreekuur, minikinderboerderijen) in bibliotheken. Een
VVV bood in 2000 rond 4 oktober een toeristisch dierenarrangement aan op
Ameland en een hondenvoerfabrikant opende in dat jaar op dierendag in het
Vondelpark in Amsterdam een hondensnackautomaat.
Anno 2001 heeft dierendag
zich ontwikkeld tot een evenementendag met kleinschalige activiteiten op
verspreid lokaal niveau vooral voor kinderen georganiseerd, maar met een
vermenging van veel verschillende belangen.
© Eveline Doelman,
Meertens Instituut van de Kon. Ned. Akademie van Wetenschappen, Amsterdam |